Momenteel
worden namen nauwkeurig geregistreerd, vroeger was dat zeker niet het geval.
Eenzelfde naam werd dan ook op verschillende manieren geschreven. In officiële
documenten zag men soms dezelfde naam op verschillende manieren geschreven
worden. Een en ander werd natuurlijk mede in de hand gewerkt door het feit dat
slechts weinigen konden lezen en schrijven. Degene wiens naam werd
geregistreerd kon geen controle uitoefenen op de juiste spelling, zo hij of
zij het al belangrijk vonden. Pas vanaf de 19e eeuw verandert de dan bestaande
schrijfwijze nauwelijks meer.
De
naam Atteveld zag en ziet men dus in verschillende schrijfwijzen, bv.
-
Attevelt
-
Atteveld(t)
- van Atteveld(t)
Men
kan er met zekerheid vanuit gaan dat voor 1800 een verschil in schrijfwijze
niet altijd duidt op verschillende personen.
Voor
de eenvoud zal ik me veelal beperken tot de schrijfwijze ATTEVELD, tenzij
bronnen anders vermelden.
De
naam Atteveld is voor het eerst genoemd in stukken van 1258, echter niet voor
een persoon maar voor een stukje land in de huidige provincie Utrecht.
De
achtergrond hiervan was de volgende.
In
het gebied van de Kromme Rijn ten zuiden van de stad Utrecht werden rond die
periode gronden ontgonnen. Een van die stukjes land werd toen aangeduid met de
naam ATTEVELD. Dit stukje land lag nabij het huidige Werkhoven, ca. 3 km. ten
noordwesten van het centrum van dit stadje, en had een oppervlakte van ca.
2 km2.
|
Figuur
1 Het Kromme-rijn gebied rond 1200
|
De
twaalfde eeuw gaf in Europa een groei van de bevolking, van de cultuur en de
economie te zien. Overal werd energie gestoken in de ontginning van grond. Ten
westen van de stad Utrecht werd al vanaf de tiende eeuw veen ontgonnen.
Omstreeks 1125 begon men met het ontginnen van het enorme veengebied ten
noorden van Utrecht. Ten zuidoosten van Utrecht, aan weerszijden van de
Kromme Rijn, lagen eveneens grote stukken onontgonnen land.
In
dit laatste gebied, waar eeuwenlang de onbedijkte Rijn had gestroomd, had de
rivier her en der in het landschap met zand en klei opgevulde rivierbeddingen
achtergelaten. Deze hoger gelegen plekken werden vanaf de middeleeuwen door
mensen als woonplaatsen gebruikt. Hier werden ook door machtige instellingen
(kloosters en kapittels) hoven gesticht. Ook de dorpen Werkhoven en Odijk zijn
op zulke hoven terug te voeren.
Tussen
de hoger gelegen stukken grond lagen - ook nog in de twaalfde eeuw - grote
stukken onontgonnen moeras. Zij functioneerden als verzamelbekkens voor het
regenwater van de Utrechtse heuvelrug. Bovendien liepen de moerassen vol
water bij de geringste peilstijging van de toen nog onbedijkte Rijn, van de
Lek en van de daarmee in open verbinding staande Kromme Rijn.
Wateroverlast
was in die gebieden aan de orde van de dag.
In
1019 schenkt aartsbisschop Heribert van Keulen al zijn goederen in het Kromme
Rijn gebied aan de door hem gestichte benediktijnerabdij te Deutz. Ze worden
dan omschreven als de drie hoven Wijk, Werkhoven en Odijk. Delen van
bezittingen in het gebied waren in bezit van de koning en van de kerk te
Utrecht.
In
het Kromme Rijn gebied ten zuiden van de stad Utrecht werden, zoals vermeld,
rond die periode gronden ontgonnen.
In
Werkhoven komen we een tekst van 1258, wanneer de bisschop een
"tiend" - later genaamd de Keersmaker - op Atteveld en Zuidermaat
aan het kapittel van St. Pieter in eigendom overdraagt. In 1258 wordt een
groot veld onder de naam Atteveld genoemd. In 1288 bezit het kapittel van S.
Marie 21 "morgen" land (ca. 17 hactaren) op Atteveld.
De
plaats van Atteveld is weergegeven op bijgevoegde kaart.
Deze
naam werd tot zeker 1741 gebruikt om de plaats van goederen aan te geven. De
exacte begrenzing is moeilijk nauwkeurig te achterhalen en zal mogelijk in de
loop der jaren wat gewijzigd zijn.
Hoewel
bewijzen vooralsnog volledig ontbreken is het goed denkbaar dat mensen met de
naam (van) Atteveld uit dit gebied afkomstig waren.
|