De Spaanse koning Karel V (1500-1555) beoogde de wereldmonarchie en had
daarbij Frankrijk en Turkije als tegenstanders. Door het verwerven van de
Amerikaanse gebieden nam de Spaanse macht aanmerkelijk toe.
Karel trok in zijn regeerperiode het wereldlijk gezag naar zich toe,
waardoor de bisschop van Utrecht zich moest beperken tot de kerkelijke
zaken.
Karel stelde een stadhouder aan over Holland, Zeeland en Utrecht.
Zijn zoon en opvolger Filips II (1527-1598) streefde een
geünificeerde christelijke kerk na onder leiding van de Spaanse kroon. Het
calvinisme nam echter toe.
De edelen in de 17 gewesten in
de lage Landen rebelleren tegen het Spaanse gezag ofwel tegen Filips II .
Filips II wilde de 17 Nederlandse gewesten stevig in zijn rijk invoegen,
terwijl de Nederlanders hun privileges handhaafden en naar zelfstandigheid
streefden. De politieke, religieuze en nationale tegenstellingen
versterkten elkaar. Het calvinisme werd in de zuidelijke Nederlanden bijna
geheel onderdrukt, terwijl het in het opstandige noorden de erkende
godsdienst wordt.
In 1566 is er, ook in Utrecht, een beeldenstorm. Aanvankelijk is dit een
beweging onder de "burgers", pas later roert zich het gewone volk.
Het blijft enige jaren onrustig en in 1568 breekt de 80-jarige oorlog uit.
Pas in 1577, elf jaar na de beeldenstorm, mogen aanhangers van de hervorming
weer godsdienstoefeningen in het openbaar houden.
De Nederlanden bloeien door nijverheid, handel en scheepvaart. Willem van
Oranje is het hoofd van de opstandige beweging.
In 1584 wordt Willem van Oranje te Delft vermoord. Zijn zoon
Maurits zet de strijd met succes voort.
In 1612 zijn de Hollanders in Colombo op Ceylon. Jan Pietersz. Coen sticht in 1619 Batavia.
|
In 1584 wordt wettelijk bepaald dat slechts huwelijken, gesloten voor het
gerecht, rechtsgeldig zijn.
In 1648 (Vrede van Munster) wordt de onafhankelijkheid van de Republiek der
Zeven Verenigde Nederlanden erkent. De zuidelijke gewesten (België) blijven
Spaans. In feite worden in 1648, tot op de dag van vandaag, de grenzen van
Nederland bepaald.
Vanaf 1600 ontwikkelt de Republiek zich tot een toonaangevende zeemogendheid,
vooral op grond van zijn monopolie in de vrachtvaart. De V.O.C. vestigt vele
koloniale steunpunten. Kunsten en wetenschappen komen tot bloei. In 1575 was
de Leidse universiteit gesticht, Spinoza (+1677), Rembrand (+1669) en Rubens
(+1640) leefden in die tijd.
In 1672 wordt Utrecht door de Fransen bezet.
Toen de aartsbisschop van Utrecht stierf, werd de openlijke uitoefening van de
katholieke godsdienst verboden. De parochianen
van de Jacobikerk die buiten de Weerdpoort woonden, wilden de
protestantse diensten niet bijwonen en gingen op den duur een eigen parochie
vormen; ze kwamen nu eens hier en dan weer daar in het geheim bijeen in een
schuur die als schuilkerk dienst deed. Op die plaats staat nu de Jacobuskerk.
Toen in 1702 Petrus Codde door de paus werd geschorst koos de pastoor van de
Utrechtse Jacobusparochie "Buiten de Weerd", de partij van de geschorste
Codde. Hoewel verschillende leden van die parochie zich toen van hun pastoor
afkeerden, werden vele parochianen oud-katholiek ofwel Jansenist.
 |
|
Figuur 2 De Bemuurde Weerd |
"Buiten de Weerdpoort" of "De Weerd" was een wijk direct buiten de poorten (de
Weerdpoort) van Utrecht. In 1616 werd het gebied door Utrecht gekocht doch
bleef tot 1823 onder eigen bestuur.
Onder
die parochianen bevonden zich vele Attevelden, immers velen woonden in de
betreffende noordwestelijke wijk van de stad, juist buiten de Weerdpoort. De
bewoners van die wijk waren veelal hovenier.
De
hovenier van toen oefende een beroep uit dat men nu tuinder zou noemen. Hij
verbouwde gewassen die hij in de stad verkocht.
Dit
beroep werd door vele generaties Attevelden, mogelijk zelfs tot op de dag
van vandaag, uitgeoefend.
In
1723 ontstaat een scheuring waarbij de oud-katholieke kerk van Utrecht
ontstaat. Het genootschap bestaat overigens nog en had in 1947 ca. 11.000
leden.
Pas
rond deze tijd komen de katholieke schuilkerken weer bovengronds. De
oud-katholieken, die in Utrecht een centrum hadden, namen in aanzien toe en
hielden in 1763 in Utrecht een concilie.
Samenvattend
ziet men dat rond 1570 de reformatie, meer een vorm van verzet tegen de
katholieke Spaanse machthebbers dan een keuze vanuit religieuze motieven, ook
in Utrecht voet aan de grond krijgt.
Een
volgende scheuring veroorzaakt het ontstaan van de oud-katholieke kerk.
Daarbij speelt een lokale pastoor een rol, theologische motieven zijn
nauwelijks aan de orde.
De
Attevelden die in die periode leefden, waren kennelijk ook oud-katholiek.
Latere generaties gingen weer over naar het rooms-katholieke geloof.
|