Van
de Attevelden zijn er weinig geëmigreerd. Toch zijn er twee interessante
gegevens bekend van Attevelden die buiten Nederland verbleven.
Onderstaande
stamboom is af te leiden uit de archieven van Delft en die van de VOC. Er
hebben nogal wat Attevelden met de VOC gevaren. Niet allemaal kwamen weer
thuis. In hoeverre er een verband is met onderstaande dames die in Cochin
huwden is niet duidelijk.
In
het huidige India lag het fort Cochin1, dat destijds ook enige tijd door
Nederlanders werd bewoond.
Uit
de aldaar aanwezige registers is gebleken dat er rond 1750 Attevelden woonden.
In
1754 huwde er Helena Attevelt met Jan Filip Wesp. Zij was "jongedochter"
(d.w.z. niet eerder gehuwd geweest) uit een weeshuis. Ze had nog twee zusters.
Deze
gegevens zijn afkomstig uit de nog steeds daar aanwezige registers.
Cochin of Kochi, havenstad aan de westkust van India, in Kerala, district
Ernakulam, in het zuiden van het land, met 589.000 inw. De haven is een van
de belangrijkste van het land (importhaven); tevens belangrijke marinebasis
en vissershaven. De industrie omvat aardolieraffinaderijen, petrochemische
bedrijven, scheepswerven, grootschalige verwerking van agrarische producten
(rijst, katoen) en visindustrie. Marine-opleiding. De stad, die wordt
omgeven en doorstroomd door talrijke stroompjes en lagunes, is mede vanwege
de pittoreske ligging en de rijke historie een grote toeristische
trekpleister. In de architectuur komt de koloniale geschiedenis duidelijk
tot uiting; er zijn talrijke Portugese en Hollandse huizen en gebouwen
(16de–18de eeuw), w.o. het Fort Cochin (Portugees; 1503) met de St.
Franciscuskerk (1510). Voorts bezit de stad een groot aantal tempels,
moskeeën en een synagoge; de joodse gemeenschap in Cochin is de oudste van
India (4de eeuw).
De stad werd in het begin van de 16de eeuw door de Portugezen
gesticht; de in 1502 door Vasco da Gama gestichte versterkte factorij was de
eerste Europese in India. De kolonie werd in 1633 door de Hollanders
veroverd en onder het gezag van de Nederlandse Oost-Indische Compagnie
groeide ze uit tot een van de belangrijkste havensteden op de route van en
naar het Verre Oosten en ontstond een bloeiende handel in specerijen (peper)
en kokosproducten. In 1795 kwam de kolonie onder Brits gezag tot Indiaas
onafhankelijkheid in 1947. In 1970 werden Cochin, Ernakulam en Mattanchery
samengevoegd tot één administratieve eenheid.
Aan
de kust van het huidige Ghana ligt het fort Elmina (El Mina is Arabisch en
betekent "de haven"). Het fort ligt op
een eilandje voor de kust en werd door de Portugezen in 1482 gebouwd.
Het
fort kwam rond 1637 in bezit van de Nederlanders, immers de Westindische
compagnie was daar actief. In 1872 deed Nederland de handelsbelangen over
aan Engeland.
In
1838 blijkt ene G.H. Atteveld als ondermeester werkzaam te zijn op het fort
Elmina.
Door
de commandant van het fort wordt dan, zonder succes overigens, aan Den Haag
een bedrag van f.120,- gevraagd ten behoeve van deze ondermeester.
Deze
G.H. Atteveld wordt "tapoeijer" (mulat) genoemd en blijkt af te
stammen van Henricus Atteveld
(1780-1835) uit Rotterdam.
Het
was toen gebruikelijk dat de bemanning van het fort "zich een lokale
vrouw nam", waardoor er, al of niet bedoeld, nakomelingen kwamen.
Deze
nakomelingen werden door de lokale bevolking moeilijk geaccepteerd, en
leefden in en rond het fort. Zij hadden ook vaak een functie als intermediair
tussen de blanken en de lokale bevolking.
Wat
er van G.H. geworden is blijkt niet makkelijk te achterhalen. In theorie
zouden er nu nog Attevelden in Ghana kunnen wonen. Bekend is dat er
momenteel nog Ghanezen in die omgeving wonen met namen als Bosman, Vroom,
Wolters e.d.
|